5059

Geplaatst op Categorieën Gedicht, Gedichten, Hans Andreus, Proza en PoëzieTags , , , , , , , , ,

Ik loop waar ik val en mij op moet rapen.
Geen boom en geen struik en geen horizon.
Er hangen alweer stormen voor de zon.
Ik wou dat ik één uur, één uur kon slapen.

Heet mij toch welkom, wereld van vandaag.
Of van vandaag niet dan misschien van morgen.
Ik ga in mijn splinters en onweer verborgen
en ga alleen en weet niet wat ik vraag.

Maar ik wil de moed hebben tot het laatste,
niet meer aan mij denken of aan die ander
of aan wat mijn woorden aan zon terugkaatsten.

Dood is hier. Ik wil zien hoe ik verander
en of ik wegga of alweer leven moet.
Maar wil niet zonder zijn, niet zonder moed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deel dit bericht