5133

Geplaatst op Categorieën Gedicht, Gedichten, Juan Ramón Jiménez, Proza en PoëzieTags , , , , , , , , ,

… En ik zal weggaan. En de vogels
blijven zingend achter,
en mijn tuin blijft achter, met zijn groene boom,
en met zijn waterput.

Alle middagen zal de hemel
blauw en vredig zijn,
en zullen de klokken van de klokkentoren
luiden zoals nu.

Die van mij hielden, zullen sterven,
en het dorp zal elk jaar anders zijn,
en in die hoek van mijn bloeiende, witte tuin
zal mijn geest dwalen, vol heimwee.

En ik zal weggaan, en ik zal alleen zijn, zonder huis,
zonder groene boom, zonder waterput,
zonder blauwe, vredige hemel…
En de vogels blijven zingend achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deel dit bericht